|
|
|
|
|
|
|
Don Bosco
|
6 - 5 |
Rekencentrum
|
|
|
|
|
|
(Klik hier voor de aanwezigheden) |
|
Gorillas in de mist
Italiaans, geliefd bloed schalde profetische woorden bij het betreden van ons gekend C-terrein te Bruineveld:
This is where the flowers blossom
This is where the lilies spring.
This is where my ego is awesome,
This is where my dick is king.
Na jaren van tierlantijn, brengt onze rasechte Napolitariaan nu ook proza op de mat. Die man is toch een vat vol vernuft. Geen ziel die toen beseffen kon hoe zeer zijn woorden de komende lofzang voor het voetbal omvatten.
Menig gespierd koorknaap betaalt met de glimlach tot wel 1500 euris en trotseert de rebellerende, lokale Rwandese stammen om gezeten op de rug van een ovulerend nijlpaard de Mwogo af te varen tot in de diepste krochten van de ongerepte jungle. Daar, waar geen mensenjong ooit zijn moederborst vond, nestelt hij zich als de witte supremasist om zich te vergapen aan de apentroep die zich luidkelend afvraagt waarom dat witte jong net hier, en net nu zich zetten moet. Eenmaal terug in de ontwikkelde maatschappij sprak hij van unieke belevenis, van ongeziene ervaringen, van pure parelmoeren emoties. Stomverbaasd, neen, integraal verbijsterd en flabbergasted viel zijn mondwerk open toen hij later die avond, tegen het match-eind, verrijzend uit de mist, opnieuw diezelfde gevoelsexplosie ervaarde.
Wij Salecianen zijn al langer geschiedschrijvers, maar dat we dit nog mogen meemaken, dat we onszelf nog verbazen en ons doorheen de wasmachine van gewaarwording en de rollercoaster van vernuft sleuren, om er als onverwijlde winnaars uit te komen!
De heer zij geprezen,
onze roep zijt gehoord!
Zij die vorig seizoen winnaar wezen,
hun ziel vandaag gesmoord!
-
Rekencentrum, we go way back. Gepokte mannen waarvan we reeds menig zuster of kalverliefde aan ons degen regen. Verre of minder verre familiebanden, professioneel en sportieve concurrenten. Name it, we have been there. Steeds een geladen kamp met hoogstaand voetbal waardoor de neutrale man met een glimlach huiswaarts kan.
Maar Don Bosco speelt met een missie. Met een ongeslagen blazoen en zodus steeds een mes tussen de tanden. De kring vlak voor de aftrap bracht de schaakstukken reeds in opstelling: geen risico achtergaan en geen eenzaamheid vooraan, gold de leuze. Allen voor 1.
Maar Rekencentrum zou geen centrum voor rekenen zijn als ze met zulk kameraadschap niet van wanten wisten. Die kerels profiteerden tot tweemaal voluit van misnoegd mistasten en confronteerden ons zorgeloos met een ongeziene 0-2 achterstand in nog geen kwartier. Waar lag onze achilleshiel? Onzekerheid bij onze middenvelder met de gouden schoenen, onzuivere communicatie bij ons doelwachter en ondoortastend verdedigen bij onze achterhoede lag aan de basis van de malaise. Toegegeven, we lagen even in de touwen. Een rechtse hoek die onze kaak haast verbrijzelde. Maar tijd voor de bel was het allerminst, we moesten en zouden onze rug rechten en ook zelf enkele rake klappen uitdelen.
Elk schip vereist een kwartiermeester die zonder verpinken bakens verzet wanneer de tijden hard zijn. Robin voelde zich als geen ander geroepen. Zijn rug en knien knikkend en krakend onder het juk van het bestaan, maar zijn ziel dapper en onverslagen wapperend in de gouden mistral die van de wolken waait. De hoekschop draalt maar Robin aarzelt niet. De aansluitingstreffer van dichtbij binnengeduwd na onduidelijkheid in de zestien. Later, wanneer raspaard Ceusters zonder pardon zichzelf neergewerkt ziet in de zestien, belandt het leder op de stip. Verwarring heerst want Ceuster zelf is natuurlijk onze strafschopnemer maar iedereen weet: het nemen van een zelf uitgelokte strafschop is voer voor verderf. Dus Ceusters zijn ogen zochten verwoed naar een andere vorser. Robert twijfelt, maar de beslissing valt gelukkig wederom op Robin. Zijn voet bleef van goud en aarzelde niet, bordjes weer gelijk.
Doorheen onze twee treffers mocht onze achterhoede zich dubbel plooien om geen grotere averij over ons heen te krijgen. Jelger zat er vaak nog net tussen. Tony, Wim en Antonio moesten alle zeilen bijzetten om de flankspelers bij te benen. Bary en Thomas zagen bij momenten sterretjes en kregen de lange voorzetten moeilijk tot niet verwerkt. Inlopende spitsen wisten die balletjes dan ook nog eens perfect te controleren en brachten zich zo in uitstekende schietposities. Neen, we hadden het niet onder de markt en Rekencentrum deed wat Rekencentrum deed: ons opnieuw op achterstand brengen. 2-3 bij het rustsignaal.
-
Het is toen, bij het opnieuw aanvatten van deze voetbalgekte, dat de mokerslag viel. Vooreerst won het juk der leven zijn strijd met de fysieke integriteit van onze gouden man. Daar waar ooit een tempel stond, bleef slechts breekpuin over. Robin kreunt luider dan de drachtige zeug en tuitte zijn lippen verder alleen nog maar rond het zwarte fluitje dat alles in goede banen leiden moest. Zijn lijdenskreet deed onze rugharen rechtkomen en viel als een houweel der weemoed op ons gestel.
Rekencentrum ziet zulkse pijn en aarzelt niet om het mes der vernedering boven te halen. Als soldaten in loopgraven zagen we de fluitende voorzetten over ons hoofd voorbij tieren en salvo na salvo werd op ons eigen doelhout afgevuurd. Iedereen gooide zich in de strijd, Bjorn terug op de flank, Joris pompend maar alsnog verzuipend aan de overzijde, Matthi, Vinnie, Ruben, Robben, allen strijdend in de centrale arena van de glorie maar stervend als de stralende zwanen van weleer. Rekencentrum kende geen genade en dreunde met een 2-5 voorsprong op de deur der executie. Wanneer de nacht valt en het hele bestaan zich in schaduw hult, huilt de berekende wolf het luidst. Niemand die zijn roep en troep overmeesteren kan, geen man die de confrontatie aandurft. Net dan, wanneer de kamer donker wordt en de nederlaag met zijn zeis naast onze bedsprei staat, verreist het koren vanuit het met kaf gevulde nest.
Ons geweer moest van schouder wisselen en zowaar, Sylvain himself had de sleutel in handen. Hij verplichtte Ruben terug plaats te nemen in de voorhoede en nam zelf vol bravoure de strijdende honneurs in de centrale driehoek waar. Wat daarna geschiedde, is onmogelijk met woorden te vatten.
Zacht maar zeker daalde de mist neer in de Kesselse agglomeratie. Als een deken over het Saleciaanse lijk dat aan zijn laatste stuiptrekkingen begon. De hik des doods hing over ons en elk moment kon het laatste zijn. Onder die randvoorwaarden heersten er tumult in de bezoekende achterhoede. Twee verdedigers en een opgerukte doelwachter vochten een bits duel met gelegenheidsspits Robert uit ter overwinning van onstuimig leder. Wanneer de doelwachter zijn trap mist, is koelbloedigheid troef en wordt de derde van de avond keurig in de netten neergelegd. Van feeststemming was toen geen sprake. Terug naar de middenstip en speuren naar wat hoop.
Die hoop kwam van de rechter van een nog niet vernoemde grootmacht: generatie Van Gelder. Onze kameleon die netten beheerst, kannonskogels verstuurt en harten verovert en smelten doet als een erogene blaasbalg die botergeile dames in vuur en vlam blaast. Stiekem mee gevolgd, als kattenknijpende Bavo in de nacht, wanneer Robert zijn volgende salvo wederom afgeblokt ziet. Maar geen blok sterk genoeg, geen legioen voldoende bij machte wanneer Van Gelder zijn benen spreken. Pardoes de vierde van de avond binnen gekegeld!
Het schot van de hoop,
de knal van het licht.
Don Bosco hing weer boven de doop,
het geloof in ons aangezicht.
Ons schip had duidelijk weer wind in de zeilen en de spanning flirtte met wat onze gemoederen aankonden. Als dolle honden met schuim tussen de tanden vochten we voor elke morzel grond. Ruben maakte oorlog in de voorhoede en zag zich daarbij geruggensteund door eenieder die van hout nog pijlen wist te maken. Dus Robert verlengen, Ruben knokken, spurten, duelleren, controleren en overheersen! Ook hier een goal op karakter en wilskracht maar met een ongekend aanzien. De onverhoopte gelijkmaker was een feit! Bordjes terug gelijk en de bezoekende bank wist niet meer waar ze het had. Don Bosco spurt terug naar de stip. Het lijk dat liggende was, stond te daveren op zijn grondvesten en raapte alle krachten bij elkaar voor een laatste uitspatting. Wat zat er nog in de tank?
Het orakel ontspon zich ditmaal aan de rechterzijde waar van fysieke vermoeidheid geen sprake was. Joris stuurt Robert de mistige diepte in, op zoek naar roem. De tweestrijd met de verdediger is bits, schouder aan schouder, hard tegen onzacht. De weg is lang, lang zoals het slepen van een vermoeid lichaam naar de bedstee die gevuld is met een mokkende deerne die zich niet zonder slag of stoot van bil zal laten gaan. Maar net daar weten wij raad mee, net daar ligt onze kunst. Ook Ruben sluit centraal aan en kan een mannetje bezig houden maar Robert zijn vizier ruikt bloed en kent geen genade. Kruisend zijn schot, brenger van de zalving, bezegeler van ons lot.
Ongeslagen stonden wij als afgezogen grootheden op de mat. En die overheerlijke status, die nu reeds maanden als een pallium der heerlijkheid over onze schouders hangt, fleurt ook tot volgende week verder ons gemoedelijk bestaan.
-
Kleine waterdruppels zweefden als een aerosol, wat zijn zicht beperkt. In de goal stond hij, zijn goal. Echt opwarmen zat er niet in, reeds in de ochtend werd het gejammer van de deerne wat te veel en besloot hij het op een loopje te zetten. 10km later zaten zijn handschoenen toch minder lekker dan gehoopt. Reeds 5 maal gepasseerd vandaag, dacht hij bij zichzelf. Er zijn al rustigere avonden in doel geweest. Dus even mijmeren naar zijn Afrikaanse uitspattingen eerder die week. Zo naast gorillas zitten, heeft wel iets. Een soort van bescheidenheid overvalt je dan. Zulk een troep stevige gorillas, ongekend in hun kracht, schoonheid en pure bestaansvorm.
De mooiste van allen zag hij pas als laatste. Na het gadeslaan van de gehele groep, is het zoeken naar de ware silverback die zijn lieden de weg wijst. Hij hoort het al aan het gekrijs, het gejoel. Zijn vermoeden zoekt bevestiging, kan dit echt waar zijn? Speurend naar gele glorie, staart hij zich blindt op twee rode stippen in de mist. Met erboven de gele rotor waaronder een overwinningskreet huist. De spierenbundelende, ontblote bast komt slechts enkele tellen later in het zicht. Een echte silverback die tiert en viert met elkeen die hij op zijn weg vinden kan. Don Bosco triomfeert andermaal en hij beseft: deze glimlach zal niet snel vergaan.
Uw reporter ter plaatse,
T.B.
|
|
|
|
|